Waakvlamzorg

Waakvlamzorg / Kwaliteitskader Woonzorg in de langdurige ggz

Kwaliteitskader Woonzorg in de langdurige ggz: wat er in juli 2027 geregeld moet zijn

Bijgewerkt 02-11-2026WaakvlamzorgLeestijd 9 minuten

Het Kwaliteitskader Woonzorg in de langdurige ggz is de norm voor goede woonzorg aan cliënten met een Wlz-ggz-indicatie. Het kader is opgenomen in het Register van Zorginstituut Nederland en daarmee niet vrijblijvend. De implementatieperiode eindigt in juli 2027. Aanbieders publiceren elk jaar uiterlijk 31 mei een kwaliteitsverslag over het voorgaande kalenderjaar.

Voor wie geldt het kwaliteitskader?

Het kader geldt voor alle zorgaanbieders die woonzorg leveren aan cliënten met een Wlz-indicatie GGZ-wonen of een (tijdelijke) indicatie verlengd verblijf GGZ-B. Het gaat om intramurale én ambulante woonzorg, dus ook om zorg via MPT of VPT. Alleen een volledig persoonsgebonden budget valt erbuiten. Zorg die uit de Zvw, de Wmo of de Wfz wordt betaald, valt niet onder het kader.

De omvang van de organisatie speelt geen rol. Volgens de projectorganisatie is “de omvang van de cliëntpopulatie niet van belang voor het kwaliteitskader” (Valente, veelgestelde vragen, februari 2026). Een kleine aanbieder met enkele Wlz-ggz-cliënten valt er dus net zo goed onder als een grote instelling.

Het kader is opgesteld door ruim twintig partijen, onder wie cliënten- en familieorganisaties, beroepsverenigingen, brancheorganisaties en Zorgverzekeraars Nederland. Valente en de Nederlandse ggz waren initiatiefnemer.

Tijdlijn

  1. 1 juli 2024Kader beschikbaar, start van de implementatie.
  2. vóór juni 2025Nulmeting langs alle normen, met een plan van aanpak.
  3. 31 mei 2026Eerste kwaliteitsverslag, over het jaar 2025.
  4. juli 2027Einde van de implementatieperiode.
  5. jaarlijks 31 meiKwaliteitsverslag over het voorgaande kalenderjaar, gepubliceerd op de eigen website en minimaal een jaar openbaar.

De vijf pijlers en twintig normen

Het kader beschrijft goede woonzorg in vijf pijlers. Elke pijler bestaat uit genummerde normen. Hieronder de kern per pijler, samengevat uit de tekst van het kader.

NormenPijlerKern
1 tot 3CliëntenEen woonzorgplan op maat voor elke cliënt: wensen leidend, naasten betrokken, acties op alle leefgebieden, evaluatie minimaal elk half jaar, ketenpartners betrokken en een koppeling met een signaleringsplan en vroegsignalering (norm 1g). Daarnaast een persoonsgerichte dagelijkse werkwijze en wederzijds commitment aan de afspraken.
4 tot 8NaastenNaasten betrekken als kennis- en hulpbron, ook voor vroegsignalering. Oog voor hun draagkracht en draaglast, onderlinge steun en waardering. Werken binnen privacywetgeving en beroepsgeheim, betrokkenheid organisatiebreed borgen en waar nodig het netwerk helpen opbouwen.
9 tot 13ProfessionalVoldoende deskundige medewerkers die methodisch werken en rapporteren op cliëntdoelen. Goed functionerende teams, inzet van ervaringsdeskundigheid, randvoorwaarden voor een herstelgerichte cultuur, en een duidelijk belegde coördinatie van de integrale zorg met een centraal contactpersoon.
14 tot 16SamenlevingMaatschappelijke participatie, voorlichting en destigmatisering, toegankelijk zijn voor signalen en klachten, en een balans tussen autonomie van de cliënt en veiligheid van de omgeving.
17 tot 20SamenwerkenEen eigen samenwerkingsstrategie op organisatie- en cliëntniveau, het vangnet rond de cliënt vergroten “zodat zo min mogelijk woonzorg voor de cliënt nodig is”, een samenwerkingsovereenkomst met een behandelorganisatie, warme overdracht bij in-, door- en uitstroom, en het op- en afschalen van personeel en expertise.

Wat moet er in het kwaliteitsverslag?

Het verslag is een terugblik, een reflectie op de resultaten en een vooruitblik. De vorm is vrij en het mag integraal in een bestaand jaar- of kwaliteitsverslag worden opgenomen. Het moet leesbaar zijn voor cliënten en hun naasten. Het kader stelt de volgende minimale inhoud:

Het zorgkantoor gebruikt het verslag als basis voor de kwaliteitsdialoog met de aanbieder. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd heeft het kader opgenomen in haar toetsingskader langdurige ggz van november 2025.

Waar aanbieders tegenaan lopen

Uit de online sessies van november 2025 bleek dat aanbieders vooral ondersteuning nodig hebben bij drie onderwerpen: de inzet van ervaringsdeskundigheid, de betrokkenheid en het welzijn van naasten, en het opstellen van het kwaliteitsverslag (Valente, veelgestelde vragen, februari 2026).

Gepubliceerde nulmetingen laten een vergelijkbaar beeld zien. GGZ Drenthe noemt als ontwikkelpunten onder meer het uniform uitvoeren van halfjaarlijkse evaluaties, het structureel betrekken van naasten bij het opstellen van woonzorgplannen en het eenduidig, doelgericht rapporteren in het cliëntdossier.

Waar waakvlamzorg in het kader past

Het kader gaat uit van herstel dat “doorgaans niet lineair” verloopt. Voor cliënten met een langdurige kwetsbaarheid kan stabilisatie, minder snelle achteruitgang of “minder diepe dalen” het haalbare doel zijn. Waakvlamzorg is de werkwijze die daarop aansluit: een laagfrequent basiscontact dat opschaalt bij signalen van terugval. In het kader raakt dat aan:

Ondersteuning bij het kwaliteitskader

Waakvlamzorg ondersteunt bestuurders en kwaliteitsverantwoordelijken bij het actualiseren van de nulmeting, het borgen van signalerings- en afschaalafspraken in dossier en verbetercyclus, en het opstellen van het kwaliteitsverslag.

Plan een verkennend gesprek

Bronnen

  1. Kwaliteitskader Woonzorg in de langdurige ggz, 2024 tot 2027 (volledige tekst)
  2. Zorginzicht, Register Zorginstituut Nederland
  3. Valente, veelgestelde vragen kwaliteitskader, februari 2026
  4. IGJ, toetsingskader langdurige ggz, november 2025
  5. GGZ Drenthe, nulmeting kwaliteitskader Wlz-wonen
  6. kwaliteitskader-wlz.nl, informatie over de implementatie