Waakvlamzorg / IGJ-toetsingskader langdurige ggz
IGJ-toetsingskader langdurige ggz: waar de inspectie sinds december 2025 op toetst
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd gebruikt sinds december 2025 een eigen toetsingskader voor de langdurige ggz. Het kader bestaat uit drie thema's met normen en toetsingscriteria. Het verwijst op veel punten rechtstreeks naar het Kwaliteitskader Woonzorg in de langdurige ggz. Inspecteurs beoordelen de drie thema's altijd tijdens een onderzoek.
Voor wie geldt het toetsingskader?
Volgens de inspectie is het kader toepasbaar “binnen zowel grotere als kleinere instellingen, zowel klinisch als ambulant, zowel voor zorg in natura (zin) als zorg geleverd via een persoonsgebonden budget (pgb)”. Het kader is niet integraal bedoeld voor individuele beroepsbeoefenaren en voor jeugdigen. Voor verpleging en verzorging en voor de gehandicaptenzorg heeft de inspectie vergelijkbare kaders, met dezelfde generieke normen uit onder meer de Wkkgz.
De drie thema's
| Thema | Naam | Waar het om gaat |
|---|---|---|
| 1 | Persoonsgerichte zorg | Regie van de cliënt, een zorgplan dat in samenspraak en met instemming is opgesteld, aandacht voor persoonlijk, symptomatisch en maatschappelijk herstel, en ondersteuning bij het informele netwerk en het welzijn van naasten. |
| 2 | Deskundige zorgverlener | Methodisch werken, een integraal zorgplan met aandacht voor risico's, halfjaarlijkse evaluatie, multidisciplinaire samenwerking, afspraken over op- en afschalen, en systematische reflectie. |
| 3 | Sturen op kwaliteit en veiligheid | Een visie op herstelondersteunende zorg, risicobeleid, een verbetercyclus, klachtenregeling, governance, informatiebeveiliging, voldoende deskundig personeel en een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling. |
De criteria die terugvalpreventie raken
Een aantal criteria gaat rechtstreeks over het voorkomen van terugval en het kunnen op- en afschalen van zorg. De citaten komen uit het toetsingskader van november 2025.
| Criterium | Wat de inspectie toetst |
|---|---|
| 2.1.2 | Een integraal zorgplan met aandacht voor risico's op de leefgebieden, waaronder het “op- en afschalen van zorg”. “Als een signalerings- of terugvalpreventieplan niet nodig is, dan is de reden daarvoor vastgelegd in het dossier.” |
| 2.3.2 | Zorgverleners evalueren het zorgplan “minimaal één keer per half jaar”, in samenspraak met de cliënt en waar mogelijk naasten. |
| 2.5.1 | Multidisciplinaire samenwerking binnen en buiten de organisatie, afgestemd met cliënt en naaste en navolgbaar in het dossier. |
| 2.5.3 | Zorgverleners leggen, indien nodig, “in het zorgplan afspraken vast over het op- en afschalen van de zorg”. |
| 1.3.1 en 1.3.2 | Ondersteuning bij het betrekken, opbouwen en in stand houden van het informele netwerk, en aantoonbare aandacht voor het welzijn van naasten. |
Criterium 2.1.2 is in de praktijk het scherpste: een signalerings- of terugvalpreventieplan is de norm. Wie er geen heeft, moet in het dossier kunnen laten zien waarom niet.
Wat de inspectie van het bestuur verwacht
Thema 3 richt zich op de zorgaanbieder als organisatie. De inspectie omschrijft dat de zorgaanbieder “systematisch” stuurt op de kwaliteit van zorg “en anticipeert op risico's”. Onder meer de volgende criteria liggen op bestuurlijk niveau:
- 3.1.1: een visie op herstelondersteunende zorg en eigen regie, met daarin een visie op de inzet van ervaringsdeskundigheid;
- 3.1.3: de belangrijkste risico's bij cliënten aantoonbaar in beeld, op het gebied van suïcide, agressie en seksueel grensoverschrijdend gedrag, met beleid daarop;
- 3.2.2: een terugkerende verbetercyclus (PDCA), analyse van (bijna-)incidenten en calamiteiten, en weten wanneer er bij de IGJ gemeld moet worden;
- 3.2.3: een toegankelijke klachtenregeling en een onafhankelijke klachtenfunctionaris;
- 3.2.4: indien vereist een Wtza-vergunning en een raad van toezicht van minimaal drie onafhankelijke leden;
- 3.3.4: informatiebeveiliging volgens NEN 7510;
- 3.4.4: vastgelegde afspraken bij uitbesteding van zorg aan derden, zoals onderaannemers of zzp'ers;
- 3.5.1: een taak- en verantwoordelijkheidsverdeling binnen de organisatie en met derden, zodat “voor de cliënt altijd duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is”.
Dat de inspectie de bestuurder hierop aanspreekt, blijkt uit de aanwijzing aan WoonZorgZeeland in september 2025. De inspectie constateerde daar onder meer “onvoldoende kennis en vaardigheden bij de bestuurder om te sturen op kwaliteit en veiligheid”.
De koppeling met het kwaliteitskader
Bij veel normen noemt de inspectie het Kwaliteitskader Woonzorg in de langdurige ggz als bron. Wie het kwaliteitskader op orde heeft, heeft daarmee een groot deel van het inspectiekader afgedekt.
| IGJ | Kwaliteitskader woonzorg |
|---|---|
| 1.3 | Pijler 2, naasten: normen 4a, 4c en 7 |
| 2.1 | Pijler 1, cliënten: norm 1 woonzorgplan, 2 persoonsgericht en 3 committeren aan afspraken |
| 2.3.2 | Pijler 3, professional: normen 9d en 9g |
| 2.5.1 | Pijler 1: normen 1c en 1f; pijler 3: normen 12b en 12d |
| 3.1.1 | Pijler 3, professional: normen 11a tot en met 11c, 12a en 12b |
Voorbereiden op inspectiebezoek
Waakvlamzorg ondersteunt bestuurders en kwaliteitsverantwoordelijken bij het toetsen van dossiers en beleid aan de criteria rond signalering, terugvalpreventie en op- en afschalen, en bij het vastleggen van de bijbehorende afspraken in zorgplan en verbetercyclus.